Jaarfeesten

Feesten tillen ons op uit het alledaagse leven. Ze vormen een brug tussen twee werelden en maken grensovergangen beleefbaar.
Feesten zijn als sterren waarvan het kind kan zeggen, dat het gaatjes in de hemel zijn.
Maar het vieren van feesten schept ook een ordening in een wereld die grenzeloos en losgeslagen is. Ze worden als stenen onder mijn voeten in de bruisende stroom van het jaar, rustpunten van waaruit ik even terug en vooruit kan kijken.

In de viering van de jaarfeesten en het meebeleven van het jaar komen de vier seizoenen en de elementen om de beurt naar voren; de minerale aarde, het stromende water, de ijle lucht , het zonnelicht en de vurige warmte.

In de winter ligt de nadruk op het levenloze, het minerale. Bomen en struiken steken hun zwarte, kale takken in de lucht, de aarde is onbedekt. Het traag stromende water verstart soms tot ijs.
In maart merk je opeens dat de lente in aantocht is : de sappen in de bomen en planten gaan weer stromen, het zonnelicht brengt het water in beweging. En in april zorgt het water ervoor dat de bomen en struiken gaan ‘groenen’ een omhulling krijgt van fris groene blaadjes.
In de zomer, als de zon ook de lucht om de aarde heeft verwarmd, vult de lucht zich met bijen, vlinders en andere insecten en wordt de lucht zwaar van stuifmeel en bloemengeur.
In de herfst komt alle zonnewarmte bijeen in het zaad of laait op en stroomt uit in vuurkleuren van de herfstbladeren.
In één periode in het jaar – in mei, wanneer de late lente overgaat in de vroege zomer – treedt een samenspel van de elementen: aarde, water, licht en lucht, op. Het gouden licht van de zon laat het water in rivieren en meren verdampen. Onzichtbaar stijgt het water op om pas hoog in koudere luchtlagen opnieuw zichtbaar te worden als wolken aan de hemel. Uit die wolken valt de meiregen die de aarde doordrenkt en vruchtbaar maakt, de rivieren vult…verdampt en weer opstijgt; het water begint in mei haar eigen Hemelvaart!