Onderwijs

Ons onderwijsconcept is uniek in Arnhem.

De kleuterklas (4 t/m 6 jaar)


Kleuters bevinden zich in een leeftijdsfase waarin het leren nog plaatsvindt door middel van spel en beweging; er is nog geen sprake van een lessituatie of van specifieke leerstof.
Het kind staat nog optimaal open voor zintuigindrukken die het vol vertrouwen opneemt, en die vervolgens in nabootsende handelingen worden omgezet. De nabootsing, het nadoen is dan ook een belangrijke kracht waaraan de kleuter zich ontwikkelt. Op deze leeftijd is de wereld nog vanzelfsprekend goed.
Dit stelt hoge eisen aan de omgeving: de kwaliteit daarvan is buitengewoon belangrijk, alleen het beste is eigenlijk goed genoeg. Dit geldt zowel in materiële als morele zin. De kleuterleidster is zich hiervan dagelijks bewust en besteedt aan het lokaal, speelgoed en de materialen die gebruikt worden, grote aandacht.
Niet alleen de ruimte, ook de tijd wordt met aandacht gehanteerd. Ritme is hierbij een sleutelbegrip in de omgang met kleuters. Ritme geeft in zijn herhalende terugkeer van activiteiten en stemmingen een vanzelfsprekend houvast, en vormt een natuurlijk middel tot verdieping van ervaringen en belevenissen. De indeling van de dag speelt in de kleuterklas daarom een grote rol, evenals het verloop van de week en het meeleven met het jaarritme. Hierin wordt de afwisseling van de seizoenen geaccentueerd door het vieren van de jaarfees¬ten. Deze worden met ernst en toewijding voorbereid.
De kleuters worden in heterogene groepen van 4- tot 6- jarigen opgenomen en blijven meestal gedurende hun hele kleutertijd bij dezelfde leerkracht Deze kan daardoor elk kind in die periode begeleiden en ingaan op de individuele ontwikkelingsbehoeften.
De leerkracht heeft regelmatig contact met de ouders. Bij deze gelegenheden wordt o.a. gesproken over de ontwikkeling van het betreffende kind, over zorg en over de achtergronden van waaruit de school werkt.

De onderbouw

In de onderbouw (de klassen 1 tot en met 6) staat de persoon van de klassenleerkracht centraal. De klassenleerkracht gaat voor ten hoogste drie leerjaren met een klas mee. De klassenleerkracht voert de leerlingen mee door alle mogelijke leersituaties. Zij kiest en vormt de lesstof, schept uitdagingen, creëert oefenmogelijkheden en probeert voor elk nieuw onderwerp enthousiasme en belangstelling te wekken. Kinderen verkeren in een school in een klas/groep. Er is sprake van groepsdynamische processen die groter en ingewikkelder worden naarmate de groep ook groter is. De kernmerken van een groep zijn wezenlijk anders dan die van een gezin.  De leerkracht begeleidt de kinderen in de groep en heeft oog voor die processen.
Het  schoolkind heeft in principe een enorme drang tot leren, wil van de wereld horen, wil weten en wil kunnen. Het voorbeeld van de leerkracht is daarbij richtinggevend, deze is een belangrijke voedingsbron en impuls voor de ontwikkeling van het kind op deze leeftijd.
De leerkracht zal gewetensvol met deze houding van de kinderen moeten omgaan, voortdurend werken vanuit een positieve instelling naar elk kind en creatief en boeiend omgaan met de leerstof, zodat het gegeven onderwijs doortrokken is van verrassingen en momenten waarin het kind schoonheid kan beleven.

De waarde van het jaarklassensysteem

In onze school wordt in klas 1 t/m 6 het jaarklassensysteem gehanteerd. Dit betekent onder meer dat de klas uitdrukkelijk gezien wordt als sociale eenheid, samengesteld uit een homogene (eenzelfde) leeftijdsgroep, maar zeer heterogeen (verscheiden) naar vermogens en kwaliteiten. De klas blijft in principe de hele schooltijd als eenheid bestaan; in de praktijk treden er uiteraard door tal van omstandigheden wel mutaties op.
De gelijke leeftijdsfase maakt het mogelijk de leerstof en de werkvormen daarop af te stemmen; de verscheidenheid in kwaliteiten geeft een veelzijdigheid aan inbreng, waaraan de verscheidenheid tussen de kinderen en hun specifieke mogelijkheden en beperkingen levende ervaring wordt.
Zo is een klas op de vrijeschool waarin allerlei individuele kwaliteiten aanwezig zijn een belangrijk oefenveld voor het latere functioneren in allerlei sociale verbanden in de wereld der volwassenen: de maatschappij.
In deze klassen leren de kinderen niet alleen elkaars kwaliteiten te waarderen maar juist ook ieders persoonlijkheid. Het gaat immers niet alleen om wat je kunt en kent, maar ook om wie je wordt en bent.

Het leren

Het leren in de onderbouw vindt  plaats door het menselijk contact. Wat door de leerkracht behandeld wordt, kleedt zij in beelden in en laat dit o.a. door beweging tot de kinderen komen. Vanuit de verhalen en beelden, die door hun inhoud een steun zijn voor het geheugen, worden de begrippen ontwikkeld. Ook ritme en beweging (zie het kleuteronderwijs!) zijn middelen om het geheugen te versterken en zorgen dat niet alleen het hoofd, maar ook de ledematen worden aangesproken.
Alle vormgeving is kunstzinnig: tekenen, schilderen, boetseren, muziek en toneel vormen een integraal bestanddeel van het totale onderwijsaanbod.

Periodeonderwijs

Kenmerkend voor het lesrooster op de vrijeschool  is het gebruik  van het zgn. periodeonderwijs. Gedurende een aantal weken komt tussen 09.00 en 10.45 uur, één bepaald vak aan de orde. Vakken die in het periodeonderwijs aan bod komen zijn: taal, rekenen/wiskunde en leefomgeving. Het voorstellen, voelen, begrijpen en weten staan centraal tijdens het periodeonderwijs. Deze vorm brengt een enorme intensivering met zich mee. Er wordt nieuwe leerstof aangelegd waardoor het mogelijk is om diep op de stof in te gaan en iedere dag kan voortgebouwd worden op wat de vorige dag behandeld is.
Na zo’n periode blijft het betreffende vak een tijd rusten.  Op deze wijze kan de stof ‘verteerd’ worden. Het blijkt vaak dat in een volgende periode de verteerde leerstof tot eigendom van de leerlingen is geworden. De kinderen beleven de vreugde van het herinneren waardoor de leerstof in het kind een ankerpunt krijgt. Daarna kan de leerstof oefenstof worden in de oefenuren. Deze wijze van lesindeling is binnen het onderwijs vrij uniek, en moet beslist niet verward worden met het zgn. moduleonderwijs.

Vaklessen

Na elf uur komen andere vakken zoals Engels, schilderen, gymnastiek, handenarbeid, vormtekenen, handwerken, muziek en oefenuren aan bod. De vaklessen  worden volgens een weekrooster gegeven.
Sommigen worden door de eigen klassenleerkracht gegeven, anderen door aparte vakleerkrachten. Euritmie staat wekelijks op het rooster van de kleuterklassen, eerste klas en vierde klas.

Zelfstandig werken

In alle klassen wordt de dag begonnen met zelfstandig werken van 8.30- 9.00 uur. Tijdens het zelfstandig werken werken de kinderen op eigen niveau aan bepaalde taken. De taken zijn divers en toegespitst op het kind. Naarmate de kinderen ouder worden neemt de tijd voor zelfstandig werken toe.