Advent

ADVENT

De regie van deze vieringen is in handen van leerkrachten. Afhankelijk van op welke dag het kerstfeest valt, zijn er drie of vier adventsvieringen. In de hal aan de kleuterkant wordt er op de ‘Adventsmaandagen’ muziek gemaakt door enkele ouders.

Advent is de tijd van voorbereiding op het kerstfeest; de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus ‘het Licht’ wordt verwacht. Het woord ‘advent’ is afgeleid van het Latijn: adventus (= komst, er aan komen) en advenire (= naartoe komen). Letterlijk betekent Advent: God komt naar ons toe.

Advent omvat ongeveer vier weken. De eerste Advent begint op zondag vier weken voor Kerstmis, de zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e, 4e zondag van de Advent. De Advent telt altijd vier zondagen, terwijl het totaal aantal weekdagen kan variëren van 22 tot 27.

Viering advent 
Op de vrijdagmiddag voorafgaand aan de eerste advent worden de klassen extra schoongemaakt en daarna sfeervol ingericht voor de komende tijd: er kunnen sterren op de ramen geschilderd of geplakt worden, de jaartafel wordt aangepast, adventskrans wordt neergezet, etc.

De eerste Advent is op zondag. Wij vieren dit op de maandag erna.

Kleuterklassen: de intieme viering van advent vindt in de eigen kleuterklas plaats.
Klas 1 t/m 6: de kinderen van klas 1 t/m 6 komen ’s ochtends met hun stoel naar de zaal. In de zaal wordt de eerste Adventskaars ontstoken, zingt een leerkracht met de kinderen, vertelt een andere leerkracht het verhaal en mag uit elke klas één leerling met de klassenkaars naar voren komen en deze ontsteken aan de grote kaars. De brandende klassenkaars nemen zij mee naar de klas, om daar de eerste Adventskaars mee aan te steken. Ouders die mee willen doen aan de viering in de zaal zijn hierbij van harte uitgenodigd. De viering van tweede, derde en vierde Advent gebeurt op dezelfde wijze.

Vieringen in de klas

Tijdens de dagelijkse vieringen in de klas zingen we liederen, klinkt de adventsspreuk en wordt er een verhaal verteld of voorgelezen uit een Adventsvoorleesboek. De adventskrans van dennentakken heeft vier kaarsen. Elke week wordt één kaars meer aangestoken. Het licht van de kaarsen symboliseert het licht van Christus.

Op de jaartafel komen eerst de stenen. In de tweede week komen de planten en het dennengroen. In de derde week komen de schapen, de os en de ezel erbij. In de vierde week komen de mensen: de herders op het veld, de koningen, Jozef en Maria.

Steen, plant, dier en mens corresponderen met de vier wezensdelen van de mens: het fysiek lichaam, het levenslichaam, het astraallichaam( de ziel: denken , voelen en willen) en het ik.

adventstuin